De lynching van Nelle Coppieters

28-02-2025

De lynching van Nelle Coppieters

Heksenvervolging is in West-Europa iets uit een heel ver verleden. Denken we. De laatste Nederlandse ‘heks’ die na een proces op de brandstapel belandde, was Entgen Luyten in 1674. Maar daarmee was het geloof in heksen nog niet voorbij. En Entgen was ook niet de laatste Nederlandse vrouw die het stempel ‘heks’ met de dood moest bekopen. Dat was Petronella Coppieters uit het Zeeuws-Vlaamse Zuiddorpe. In 1905 kwam zij om bij een geweldsuitbarsting in het grensgehucht Oudenburgse Sluis. Dit is het verhaal van de lynching van Nelle de Tôveresse.

In sommige delen van Zeeland bleef het geloof in heksen tot  bijna halverwege de twintigste eeuw bij een klein deel van de plattelandsbevolking voortbestaan. Zo heb ik zelf nog mensen gekend die ervan overtuigd waren dat een bepaalde alleenstaande vrouw verantwoordelijk was geweest voor allerlei onverklaarbare tegenslag. We hebben de neiging dat soort verhalen wat te romantiseren, maar voor vrouwen die als ‘heks’ werden aangemerkt, betekende het niet zelden een leven van sociale isolatie, armoe, pesterijen en soms zelfs mishandeling.

Oudenburgse Sluis ligt pal op de Belgisch-Nederlandse grens, even ten zuiden van Zuiddorpe en ten westen van Overslag. Nelle woonde waarschijnlijk tegenover of naast de herberg van Verdurme.

Petronella ‘Nelle’ Coppieters (Zuiddorpe 1831 – Wachtebeke 1905) was niet bepaald geboren met het geluk aan haar gat. In tegendeel. Ze was de onechte dochter van een onbekende man en Maria Coppieters (Zuiddorpe 1809 – Zuiddorpe 1862), die altijd alleenstaand en straatarm is gebleven. Nelle woonde een groot deel van haar leven samen met haar moeder, een oom en haar oma  in een klein arbeidershuisje bij Zuiddorpe, op een boogscheut van de grens. Ze werkten alle vier als landarbeider in de polders aan beide kanten van de schreef. Soms in vaste dienst, dan weer als los arbeider. Vaak was er helemaal geen werk.

Uit de overlijdensakte van Nelles dochter Eugenie, die maar een maand oud werd

Maar wat gebeurt er nou?Na het overlijden van haar moeder, zien we Nelle worstelen. Haar ma laat haar deel van het huisje en de meubels na aan twee ooms en voor Nelle is daar geen plek meer. In februari 1869 bevalt ze als alleenstaande moeder van een dochtertje, Eugénie, dat al na een maand overlijdt. De vader blijft onbekend, precies zoals dat bij haar eigen moeder ook was gegaan. In 1874 trouwt ze met de 54-jarige Zuiddurpse landarbeider en weduwnaar Karel Wullems (ook wel Charles Willems). Samen met hem en zijn twee dochters verhuist ze in 1875 naar Oudenburgse Sluis. Dat is een gehucht pal op de grens, nét in de gemeente Wachtebeke, op een paar honderd meter van Zuiddorpe. Als Karel in 1892 overlijdt, begint de echte ellende.

Haar stiefdochters Desirée en Marie laten Nelle, dan 61 jaar oud en ongetwijfeld al een heel eind kapotgewerkt, alleen achter. Ze betrekt een van de kleinste van de toch al piepkleine zogenaamde ‘dievenhuizekes’ in Oudenburgse Sluis. Uit een politierapport kunnen we opmaken dat het één vertrek, één raam en één deur had en op maar 25 meter van de grens lag. Nelle had toen geen werk meer. Ze bedelde daarom in en rond Zuiddorpe, Wachtebeke en Overslag. Ze was meer en meer op zichzelf en had maar weinig contact met andere mensen. Men geloofde dat ze kon toveren en met de duivel omging. In de Axelsche Courant van 4 maart 1905 lezen we: “De vrouw, die door bedelen in haar onderhoud voorzag, had den naam geld te bezitten, werd vaak door groote en kleine straatjongens op onbarmhartige wijze geplaagd en gesard en door veel bewoners der Oudeburgsche Sluis werd ze gevreesd, want ze kon (een oude, alleenwonende, vreemd doende, bedelende vrouw, hoe kan het ook anders volgens het bijgeloovige volk) tooveren”.

Het waren trouwens niet alleen straatjongens die het op haar gemunt hadden. De talrijke smokkelaars in de buurt hielden Nelle namelijk verantwoordelijk als ze tegen de lamp liepen. Dan had ze volgens hen geklikt of getoverd en moest ze het op allerlei manieren ontgelden.

Dat getreiter ging ver. Ze werd niet alleen nageroepen en dwars gezeten, soms werd haar huis bevuild of kreeg ze emmers water over haar heen. Ook lokte men haar ‘s avonds een keer naar haar voordeur waar een gaatje in zat om naar buiten te kunnen gluren. Toen ze door het gat keek, stak iemand een breinaald in haar oog. Nelle is er meer dan eens mee naar de politie gestapt, maar die heeft daar verder nooit iets mee gedaan.

Op zondag 26 februari liep de boel finaal uit de hand. Een schooljongen getuigde later aan de politie dat hij had gezien dat zes mannen haar ‘s middags op straat lastig vielen. Nelle probeerde te vluchten naar een boerderij even verderop, maar de mannen smeten haar op de grond en sleepten haar aan haar haren over straat. Ze werd in alle vrolijkheid geslagen en getrapt. ‘s Avonds lag Nelle nog steeds op straat en hebben drie andere kinderen gezien en gehoord hoe de zes mannen gedobbeld hadden om te bepalen wie haar zou vermoorden…

Pas dinsdagmorgen werd Nelle Coppieters gevonden. Ze lag op haar rug onder een met bloed doordrenkt deken op de vloer naast haar bed. Haar hals was bijna helemaal doorgesneden of -gezaagd met een grof gekarteld broodmes. “Haar hoofd hing nog slechts met een klein lapje vlees aan haar romp”, aldus de krant. Het mes lag op tafel. Daar lag ook haar beurs met daarin 80 frank aan kleingeld. Ze was duidelijk niet om haar geld vermoord.

Al op woensdag 1 maart is Nelle na de lijkschouwing begraven in een naamloos graf in Wachtebeke. Het politieonderzoek naar haar moord schoot niet op. Behalve de schoolkinderen had niemand van de tientallen ondervraagde buurtgenoten iets gezien of gehoord. Onzin natuurlijk; de mishandeling van Nelle begon bij klaar daglicht op straat, middenin het gehucht en het duurde uren. Na een paar weken werden drie van de zes mannen opgepakt: Edward ‘Pikhout’ Huygelare (21 jaar), Alfons de Roeck (18) en Alfons Schaut (17). Het bewijs tegen hen was echter te mager en na 63 dagen kwamen ze vrij. Dat werd uitgebreid en tot diep in de nacht op straat gevierd in Oudenburgse Sluis: “Men zong, danste en weende van vreugde. Er werd gefeest tot 2 uren ‘s nachts (…) Den volgenden dag werd er opnieuw feest gevierd.” (Neuzensche Courant, 16 mei 1905).

De heks was dood en ze waren ermee weggekomen.

Terug